Atypische paniekaanvallen kunnen een uiting zijn van chronische borreliose

Borreliose (ziekte van Lyme) is een acute infectieziekte, maar kent ook een chronische variant. Net als syphilis wordt borreliose door een spirocheet veroorzaakt. Net als syphilis is de ziekte in chronische vorm een multisysteemziekte, wat wil zeggen dat meerdere orgaansystemen aangedaan kunnen zijn. Net als syphilis in de vorige eeuwen wordt chronische borreliose de ‘grote imitator’ genoemd. De neurologische en neuro-psychiatrische verschijnselen van chronische syphilis en chronische borreliose lijken op ‘gewone’ neurologische en psychiatrische aandoeningen, zijn vaak aspecifiek en daardoor worden veel artsen en psychiaters op het verkeerde been gezet als zij een patient krijgen met dit soort aspecifieke verschijnselen.

Neem bijvoorbeeld paniek-aanvallen (panic-attacks) als uiting van een paniekstoornis. De paniekstoornis is een psychische aandoening die ingedeeld wordt bij de angststoornissen. Kenmerkend is een ‘out-of-the-blue’ optreden van lichamelijke verschijnselen (snelle ademhaling, snelle hartslag, trillende spieren, duizeligheid) die gepaard gaat met grote angst. De persoon denkt dat hij/zij dood gaat of een acute zeer ernstige aandoening aan het krijgen is (zoals een beroerte). Ook kan de persoon depersonalisatie of derealisatie ervaren. Een paniekstoornis (meerdere paniekaanvallen) gaat vaak gepaard met agorafobie (pleinvrees). De persoon gaat de situatie waar hij/zij een eerdere aanval heeft doorgemaakt vermijden. Een paniekstoornis kan invaliderend zijn in de zin dat een persoon die er aan lijdt het huis niet meer uitkomt en zich sociaal isoleert. Als oorzaak wordt vaak erfelijkheid (meerdere personen in een familie lijden eraan), ernstige levenservaringen meemaken of een lichamelijke aandoening (zoals een mitralisklepprolaps) genoemd.

En dan zijn er mensen die vol in het leven staan, geen erfelijke belasting hebben voor paniekstoornis, die geen mitralisklepprolaps hebben, geen grote life-events hebben meegemaakt en toch ineens een paniek aanval of meerdere paniekaanvallen krijgen. Ze schrikken zich rot, gaan na de eerste aanval vaak naar een spoedeisendehulpafdeling of huisarts. Als de aanvallen aanhouden gaan ze veelal het ‘medische circuit’ in. Ze gaan naar psychiaters, neurologen en cardiologen, maar die kunnen niets vinden. Ze worden vaak naar huis gestuurd met een label ‘hyperventilatie’, ‘hypochonder’ of ‘aansteller’.

Hun paniekaanvallen zijn vaak atypisch, niet volgens het boekje. Vrijwel nooit hebben ze agorafobie. Een gemiddelde ‘normale’ paniekaanval duurt kort, meestal minuten (maximaal een half uur). Een atypische paniekaanval duurt veel langer, tot uren toe. Personen die deze atypische aanvallen hebben zijn ook vaak overgevoelig voor licht en geluid, hebben vaak gewrichtspijnen en lijden opvallend vaak aan ‘brain-fog’, concentratiestoornissen en vergeetachtigheid. Allemaal atypisch voor gewone paniekstoornis.

De paniekaanvallen bij deze personen zouden heel goed te duiden kunnen zijn als uiting van chronische neuroborreliose. In november 2000 beschreef de Amerikaanse psychiater Virginia Sherr in het Journal of Psychiatric Practice in het artikel Panic attacks may reveal previously unsuspected chronic disseminated Lyme disease, drie patienten met atypische paniekaanvallen. Ik vond dit artikel op internet in 2007 nadat ik een reeks van atypische paniekaanvallen had doorgemaakt. Het was voor mij de sleutel tot een verklaring van jaren van atypische systeemklachten. Ik bleek chronische borreliose te hebben, kreeg een maand lang intraveneus Ceftriaxon en heb daarna nooit meer een paniekaanval doorgemaakt. Ik beschreef mijn ervaringen in Medisch Contact. Daarna heb ik vele tientallen brieven en emails ontvangen van mensen die ook atypische paniekaanvallen hadden doorgemaakt. Sommigen waren gediagnosticeerd als lijdende aan chronische neuroborreliose, kregen therapie en genazen. Andere werden voor hyperventilator, hypochonder of aansteller uitgemaakt en tobden voort. Ik heb, buiten het artikel in Medisch Contact mijn eigen ervaringen nogmaals als case report opgeschreven en naar het American Journal of Psychiatry gestuurd. Ik kreeg het terug met de mededeling dat het niet gepubliceerd zou worden omdat ik volgens de reviewers en de editor van het tijdschrift iets had beschreven dat niet zou bestaan. We hebben nog een lange weg te gaan. De macht van vooringenomen artsen en verzekeringsmaatschappijen is enorm. Anderen mensen die mij naar aanleiding van mijn Medisch Contact artikel schreven waren op zoek naar artsen of psychiaters die hen ‘geloofden’. Een uitdaging voor artsen en met name psychiaters om atypische paniekaanvallen te herkennen en de lijder een eerlijke kans op genezing aan te bieden.