Het lot van de dyslect

Ik was en ben dyslectisch. Niets bijzonders, want velen hebben deze handicap. Een handicap is het zeker en je moet als dyslect stevig in de schoenen passen om je staande te houden. Als je geluk hebt wordt het op de basisschool herkend omdat het automatiseren niet goed gaat en dat eigenlijk niet overeen komt met het algemene beeld van het kind. Wordt het adequaat opgemerkt dan kan een orthopedagoog of psycholoog het kind testen op intelligentie en dyslexie, en vaak komt de aap dan uit de mouw. Tegenwoordig kan er dan rekening worden gehouden met de handicap. Grote letter schrift, aangepaste CITO toets, desnoods mondeling en ga zo maar door. Vroeger was dat niet zo en werden dyslectische kinderen ‘geofferd’ als dom en verdwenen op te lage niveau’s in het voortgezet onderwijs, alwaar ze zich verveelden en gedemotiveerd raakten. Sommigen werden stapelaars: begonnen op de MAVO, gingen daarna naar de HAVO en VWO. Ik ken er velen van. In het ziekenhuis waar ik werk ken ik zo al twee hoogleraren die als ‘domme’ matige MAVO leerlingen zijn begonnen. Nog steeds staan in hun vluchtig geschreven emails taal- en stijlfouten. Ook opvallend is de bondigheid van de teksten: geen woord te veel.Hoe minder je schrijft, hoe minder fouten je kunt maken. Iets waar dyslectische leerlingen in het voortgezet onderwijs door onwetende docenten meedogenloos op afgerekend worden: zij oordelen dan ‘vage antwoorden, te korte antwoorden’. Onterechte onvoldoendes zijn dan de opbrengst. De dyslecten kunnen niet anders, ze hebben het niet geleerd. Ook mij heeft het veel moeite gekost om lange teksten te schrijven. Ik heb mij hier met veel opoffering en doorzetting doorheen geslagen. Op de universiteit werd ik meedogenloos gekwetst door hooghartige docenten. ‘Leer eerst maar eens foutloos schrijven, dan wil ik je essay wel nakijken’ schreef een universitair docent fenomenologie mij. Ik zag de logica van de ‘d’s’ ‘t’s’ en dt’s’ niet. Ik zei hem dat ik dyslectisch was. Hij antwoordde: ‘Dat is een modeziekte en geen excuus voor slordig schrijven’. Ik ontwikkelde een enorme synoniemenlijst in mijn hoofd, allerlei alternatieve woorden voor woorden die ik niet correct wist te spellen. Zo sloeg en sla ik mij door de veeleisende wereld van betweters heen. Nu onze zoon op het voortgezet onderwijs is begonnen begint alles weer opnieuw voor mij. Ook mijn zoon is dyslectisch, en behoorlijk ook. Bovengemiddeld intelligent getest, maar flink dyslectisch ging hij naar een school waar naar onze indruk een goed dyslexiebeleid is. Scholen voor middelbaar onderwijs zijn verplicht een dyslexiebeleid  (zeer inzichtsgevende en lezenswaardige link!) te voeren. Dat was in mijn middelbare school tijd wel anders. Ondanks dat gaat het subtiel en  minder subtiel mis. Een geschiedenisdocent rekende hem onlangs nog af op zijn korte bondige antwoorden. De antwoorden waren inhoudelijk goed, maar volgens de docent ‘te vaag’. Dat ‘vage’ is een bekende dyslectenmanier van schrijven: kort en bondig. Mijn zoon begrijpt dan ook niet wat de docent bedoeld, maar deze heeft zijn bondige dyslectentaal, ondanks het dyslexiebeleid met een 5 beloond. Hij had hard voor de toets geleerd en was ervan overtuigd dat hij de toets goed had gemaakt. Ondanks een mooi dyslexiebeleid blijken docenten op subtiel niveua dyslexie dus toch niet te begrijpen. Het is een hard gevecht waarbij je afhankelijk bent van onvoorwaardelijke steun van je ouders, vergaand begrip van docenten en up-to-date kennis over dyslexie bij deze docenten. Alleen grote letter toesten uitdelen is niet voldoende. Ze moeten de handicap begrijpen en zich er in kunnen leven. Weinigen kunnen dat, of willen dat. Nog steeds oordelen mensen uit volkomen onbegrip dat een slecht spellende dyslect een luie aansteller is. ‘Zeker niet je best gedaan bij taalles op de middelbare school’ is mij wel naar het hoofd gegooid, ondanks mijn academische scholing. En als je weet waar je vandaan komt is dat een harde klap in het gezicht. Ik houd mijn hart vast voor mijn lieve zoon, hij zal nog veel te verduren krijgen. Niet-dyslecten rekenen dyslecten meedogenloos af op hun onvermogen foutloos te schrijven. Ook docenten lijken dyslecten lastig te vinden en willen het minimale investeren. Waarom zou je ook inspannen voor die paar trage dyslecten? Ook nu worden dyslecten naar lagere onderwijsniveua’s geofferd vanwege gemakzucht en disinteresse. Als dyslect moet je karakter, fantasie en doorzettingsvermogen hebben. Gelukkig zijn veel dyslecten creatief, hebben rijke fantasie en bereiken daardoor nog steeds veel. Kijk maar naar Albert Einstein, Steven Spielberg, Tom Cruise en Walt Disney. Allemaal dyslecten die er toch zijn gekomen. Dat halen vele niet-dyslecten weer niet. Helaas ken ik ook veel verbitterde dyslecten. Desalniettemin zouden niet-dyslecten eens moeten inzien dat de wereld zonder de dyslecten een stuk saaier zou zijn. (N.B. vergeef mij eventuele stijl en grammaticafouten in deze tekst: ik zie ze niet).