De wraak van de stoel

Screen Shot 2015-03-18 at 17.26.23

De industriële revolutie heeft ons veel goeds en vooruitgang gebracht, maar heeft ook een schaduwkant. Met name voor onze voeding en onze lichamelijke activiteit.

Het malen van graan met stenen werd rond 1870 vervangen door malen met mechanische apparatuur van ijzer, staal en porselein. Dit was het begin van industrialisatie van voedsel. De graankorrel werd ontdaan van de vezels bevattende schil en de olie- en nutriënten bevattende kern. Het meel werd hierdoor niet meer ranzig, was mooi wit, het kon langer bewaard worden en verplaatst en werd vervolgens massaal gebruikt voor het bereiden van brood. Het geraffineerde meel werd het eerste ‘fastfood’ dat twaalf maanden per jaar voorradig was. Witte rijst volgde in dit succes, maar helaas ook deficiëntieziekten als pellagra en beriberi door het ontbreken van vitamine B en andere micronutriënten en omega-3 vetzuren in het geraffineerde meel. De arme bevolking van Europa at veel brood als stapelvoedsel en de eerste welvaartziekten deden begin 1900 hun intrede. Hartinfarcten verschenen in case-reports in de wetenschappelijke literatuur. Rond 1930, na de ontdekking van vitaminen, begon men de eerder onttrokken vitamines weer aan het brood toe te voegen. Om dezelfde reden weer foliumzuur, vitamine E, ijzer, zink, magnesium en andere nutriënten weer toegevoegd aan het meel. Maar dit was niet voldoende, gezond meel is veel meer dan een vanuit voedingswaarde waardeloos product met een aantal toegevoegde nutriënten. Het complete pure voedingsmiddel is meer dan de som van nutriënten. In dezelfde tijd deed geraffineerde suiker zijn intrede. Aan het einde van de 19e eeuw kwam een zesde van alle calorieën van suiker en het grootste deel van de rest van geraffineerd meel. Suiker consumeren we tegenwoordig in grote hoeveelheden in de vloeibare vorm van high-fructose corn syrup, vooral in de vorm van frisdranken. De mondiale epidemie van diabetes type-2, obesitas, hart- en vaatziekten en voeding-gerelateerde maligniteiten vind hier zijn belangrijkste oorsprong. Het wereldwijde aantal patiënten met suikerziekte zal van 171 miljoen in 2000 stijgen tot 366 miljoen in 2030. [1]De oorzaak is eenduidig: ons voedsel en onze levenswijze. De kosten voor gediagnosticeerde suikerziekte behandeling stegen tussen 2007 en 2012 met 74%. De nog niet ontdekte suikerzieken zitten hier nog geen eens bij. [2] Een wereldwijde toename in gebruik van ongezond voedsel, met name bij mensen uit de laag sociaal-economische klasse, is recentelijk beschreven. [3]

Voorafgaande aan de industriële revolutie was 90% van de mensen lichamelijk actief om voedsel te verbouwen en te verkrijgen. Verder waren zij bezig met jagen, huizen bouwen, kinderen opvoeden, anticiperen op gevaren, oorlogvoeren en het creëren van een veilige leefomgeving. In de westerse moderne wereld besteden we al deze activiteiten uit aan een kleinere groep mensen en vooral machines. Momenteel leeft meer dan de helft van de mensen in steden en het aantal van hen neemt elk jaar toe. Voedsel wordt nu niet meer zelf verbouwd maar wordt verkregen in de supermarkten veel in de vorm van in fabrieken vervaardigde voedingsmiddelen die heel weinig nog lijken om het pure menselijke voedsel en vrijwel allemaal zijn ‘verrijkt’ met suiker, zout en verzadigd vet vanwege de smaak en het bijtgevoel.

Urbanisatie heeft groteske gevolgen voor onze lichaamsbeweging. Velen van de stedelingen brengen hun werkzame leven zittend door, begeven zich zittend per gemotoriseerd verkeer (auto’s, treinen, metro’s, bussen) naar dat zittende werk toe, om aan het eind van de werkdag zich weer zittend naar huis terug te begeven. Aldaar eten we in korte tijd bereid voedsel weer zittend op en aansluitend brengen velen de avond vervolgens weer zittend door om vervolgens een aantal uren liggend en slapend door te brengen. Winkelen doen we ook steeds meer via internet vanaf de bank. Ook kinderen zitten veel meer dan vroeger. Zij spelen zittend achter computers en televisieschermen en consumeren daarbij het supermarktvoedsel. Zij communiceren met elkaar via smartphones. De ambulante, actieve Homo sapiens is verworden tot een zittende, lichamelijk inactieve, zoals sommige het noemen, Homo sedentarius. En veel mensen houden van het zittende bestaan: zij worden ‘chairaholics’ genoemd. Is dat erg? Ja dat is. Het is namelijk razend ongezond. In combinatie met het westerse geraffineerde voedsel is het sedentaire bestaan oorzakelijk aan vele ziekten. Een in 2012 gepubliceerde systematische review en meta-analyse lieten Engelse onderzoekers zien dat het zittende leven keihard geassocieerd was met een vergroot risico op diabetes type-2, cardiovasculaire ziekten en sterfte en sterfte in het algemeen, het meest consistent voor suikerziekte. [4] Zij wisten niet minder dan 34 chronische ziekten en aandoeningen te linken met ons overmatig zittend bestaan, naast suikerziekte met name overgewicht, metabole ziekten, cardiovasculaire ziekten en gewrichtsziekten. Dit leidt uiteindelijk tot een vicieuze cirkel. Door ziekte, beperkingen en overgewicht kunnen velen niet anders meer dan blijven zitten. Ook buiten huis verplaatsen zij zich uiteindelijk alleen nog maar met auto’s en scootmobiels.

Steeds vaker is te horen dat de effecten van het zittend leven in combinatie met het westerse voedsel in de nabije toekomst een veel grotere negatieve impact zal hebben op de kosten van de gezondheidszorg dan het roken van sigaretten. Dit vooral omdat we continue voedsel met hoge glycemische index (‘snelle suikers’) eten terwijl we zitten en ook na dit eten blijven zitten. Ook de wanverhouding tussen Omega-3 en Omega-6 vetzuren in het westerse voedsel is sterk inflammatie (en dus chronische ziekten bevorderend) bevorderend. [5] [6] Een half uur wandelen na een maaltijd heeft al een dramatisch positief effect op glucose-insuline huishouding. Een zittend bestaan is onlosmakelijk geassocieerd met chronische inflammatie, verstoorde hormoonhuishouding, metabole verstoring en alle daaruit voortkomende ziekten.

De norm lijkt te verworden tot een populatie van zieke individuen in een zieke samenleving. [7] Om de groeiende pandemie van welvaartziekten te willen keren is meer aandacht voor primaire en secundaire preventie nodig. Primaire preventie is een taak voor overheid en werkgevers en de media. De macht van voedingsindustrie is enorm. [8] Overheden zouden hier, gesteund door beroepsgroepen uit de gezondheidszorg, meer invloed moeten nemen. Door overheden gesubsidieerde voorlichting kan burgers beïnvloeden tot betere keuzes. Werkgevers kunnen staand vergaderen invoeren, stimuleren om de lunch buiten te gebruiken, gezond voedsel verkopen in cafetaria’s op het werk, gratis fruit verstrekken en ga zo maar door. De media zou, veel meer dan nu, op basis van betere eigen research moeten berichten over voeding en gezondheid in plaats van het blind volgen van hypes en het positief rapporteren van dubieuze onderzoeken. De leek ziet door de bomen het bos niet meer.

Secundaire preventie is voor de beroepsgroepen in de zorg om te begeleiden. De primaire behandeling van de gevolgen van welvaartziekten is booming business voor ziekenhuizen, farmaceutische bedrijven en fabrikanten van medische hulpmiddelen. Het effectief opheffen van een verstopte kransslagader door het plaatsen van een stent is hiervan een mooi voorbeeld. Secundaire preventie kan voorkomen dat de patiënt een aantal jaren later hier weer voor behandeld moet worden. Helaas hebben artsen weinig interesse in secundaire preventie en denken met het voorschrijven van statinen, ascal, bètablokkers en ACEremmers voldoende aan secundaire preventie te doen. Helaas weet deze aanpak een volgend incident maar in een zeer kleine minderheid te voorkomen. [9] Het belangrijke ‘advies’ over voeding en roken laten zij vaak aan de polikliniekverpleegkundigen over. Hoewel welwillend is hun advies meestal niet gedegen en alomvattend. Voor een werkelijke kering van het ziekteproces is een drastische levensstijlwisseling naar gezonde voeding en ‘uit-de-stoel-komen’ nodig. [10] Waarom zijn artsen hier zo weinig in geïnteresseerd? Een onbegrijpelijke tendens. Zolang artsen en andere hulpverleners niet doordrongen zijn van het enorme belang van secundaire preventie zal de toestroom van draaideur patiënten aanhouden met alle gevolgen voor patiënten en de samenleving tot gevolg. Een gestructureerde levensstijlwijziging kan recidieven voorkomen, maar de patiënt kan dit in de meeste gevallen niet alleen.

De wraak van de stoel is dodelijk. Doen we hier niets aan dan zal het effect op de gezondheidszorg enorm zijn. Dit proces keren is op individueel niveau uitvoerbaar, zeer wenselijk en kost niet veel moeite. Een half uur lopend een appel en volkoren boterham eten in de lunchpauze draagt al bij. Aan statafels vergaderen helpt ook. Na het werk een half uur wandelen met gezinsleden is goed voor geest en lichaam. In ziekenhuizen werkende artsen zouden secundaire preventie van welvaartziekten veel hoger dan nu op hun agenda moeten zetten om recidieven bij hun patiënten te voorkomen. Maar ook het opnemen van professionele ‘lifestyle coaches’ in multidisciplinaire behandelteams van patiënten met suikerziekte, hart-en vaatziekten (bijvoorbeeld stroke-teams) en kankerpatiënten zou geïnitieerd en gefinancierd moeten worden. Zoals met veel zaken in het leven: waar een wil is, is een weg. Het is vijf voor twaalf!

[1] Wild S, Roglic G, Green A, e.a. 2004. Global prevalence of diabetes. Diabetes Care 27: 1047-1053

[2] Cefalu WT, Petersen MP, Ratner RE 2014. The alarming and rising costs of diabetes and prediabetes: a call for action! Diabetes care 37: 3137-3138

[3] Imamura F, Micha R, Khatibzadeh, e.a. 2015. Dietary quality among men and women in 187 countries in 1990 and 2010: a systematic review. Lancet Glob Health 3: e132-e142

[4] Wilmot EG, Edwardson CL, Achana FA, et al. 2012. Sedentary time in adults and the association with diabetes, cardiovascular disease and death: systematic review and meta-analysis. Diabetologia 55: 2895-2905

[5] Simopulos AP. 2008. The importance of the Omega-6/Omega-3 fatty acid ration in cardiovascular disease and other chronic diseases. Exp Biol Med 233: 674-688

[6] Musa-Velosa K, Binns MA, Kocenas A, e.a. 2011. Impact of low v. Moderate intake of long-chain n-3 fatty acids on risk of coronary heart disease. Br J Nutrition 106: 1129-1141

[7] Rose G. 2001. Sick individuals and sick populations. Int J Epidemiology 30: 427-432

[8] Owens B. Storm brewing over WHO sugar proposal. Nature 2014; 507: 150

[9] Trewby PN, Reddy AV, Trewby CS, e.a. 2002. Are preventive drugs preventive enough? A study of patients’ expectation of benefit from preventive drugs. Clin Med JRCPL 2: 527-533

[10] Esselstyn CB, Gendy G, Doyle J, e.a. 2014. A way to reverse CAD? J Family Practice 63: 356-364

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s