Onthechting van geluk

Rooftop+Old+man+Reading

Geluk ervaar je door middel van iets buiten jezelf. Ik voel mij bijvoorbeeld gelukkig als ik een mooi, in leer gebonden, fraai geïllustreerd achttiende-eeuws boek in handen heb. Dat boek is dan het middel tot mijn geluk-ervaring. Ook word ik gelukkig als ik in de nabijheid ben van hen die ik liefheb. Als ik koffie drink met mijn lief en een goede vriend ervaar ik geluk. Mijn verbinding met mijn lief en met de vriend maakt mij gelukkig. Ook het drinken van een goede kop koffie maakt mij gelukkig (zeker in het bijzijn van mijn dierbaren). Als je geluk ervaart door te mediteren is het gebruik maken van de stilte en de ruimte het middel tot je geluk. Deze verbindingen geven zin aan je leven door het gelukgevoel dat je erbij ervaart.

Ik ken iemand die geluk ervaart door het kijken en luisteren naar de zee. De zee is dan het middel tot geluk. Maar wel voor die persoon. Een ander zal dat geluk niet hoeven te ervaren. Dat maakt geluk en gelukservaring een heel persoonlijk iets is. De middelen tot geluk zijn voor het individu doorgaans beperkt en wisselen vaak door de tijd. Verbindingen met mensen komen en gaan, verbindingen met materie eveneens. Je kunt blij worden van een nieuwe auto, maar drie jaar later ben je dat van een ander exemplaar. Sommige verbindingen die tot geluk leiden zijn langdurig (veelal relaties met mensen). Geluk is altijd buiten jezelf. Dat maakt dat het middel van geluk verloren kan gaan of dat je afgesloten kan zijn (worden) van dat middel tot geluk. Dat maakt geluk kwetsbaar en onvoorspelbaar. Zo is het geluksgevoel er, en zo kan het weer weg zijn, simpel omdat het middel tot het geluk verdwijnt. Een dierbare kan komen te overlijden, een boekenverzameling kan verbranden, een fiets kan worden gestolen. Het verlies van middelen tot geluk is overigens een natuurlijk proces. Naarmate onze leeftijd vordert kan geluk afnemen door het verlies aan verbindingen. Als je nog gezond van lijf en leden bent kan ter vervanging van de verloren verbindingen andere middelen tot geluk vinden. Anders is dat bij (plotse) ziekte en daaruit voortkomende beperking.

Van dichtbij heb ik de laatste jaren vier maal meegemaakt dat iemand in een verpleeghuis werd opgenomen om vervolgens daar te overlijden. De laatste keer dat ik dat meemaakte heeft mij aan het denken gezet over geluk en verbindingen. In twee van de sterfgevallen betrof het immers mensen waarvan ik zeker wist dat hun geluk gevormd werd door verbindingen die zij hadden met materie en mensen. Beiden waren verzamelaar van mooie voorwerpen: boeken, schilderijen, kunstvoorwerpen, etnografica, muziek. Deze aardse zaken waren voor hen middelen tot hun geluk. Zij vergaarden deze zaken om zich heen, richten hun huizen ermee in. Zij luisterden naar de muziek, bladerden en plozen in de boeken en manuscripten, keken naar de kunstvoorwerpen. Ook hadden zij verbinding met mensen die hen dierbaar waren. Die hen gelukkig maakten. Tot dat ziekten hen ernstige lichamelijke beperkingen gaven. Hierdoor werden zij beperkt tot het ervaren van het geluk door afgesloten te worden met wat zij tot hun geluk gekozen hadden. Zij moesten de middelen tot hun geluk ontberen. Zo had een van hen een verbintenis met een koor. Door middel van zingen was er een verbintenis. Door de ziekte ging het zingen niet meer en daardoor een breuk met het koor. Een waarlijk ongelukkige situatie. Hierdoor werden zij duidelijk minder gelukkig. Wel konden een van hen nog thuis verblijven te midden van een deel van de middelen tot hun geluk, alleen konden deze door de lichamelijke beperkingen niet meer van de middelen om zich heen vergaren, er aan werken of er ten volle van genieten. Een wrede beperking. Een meedogenloze onthechting. Uiteindelijk moesten beiden, doordat hun omgeving de zorg niet meer kon faciliteren, opgenomen worden in een verpleeghuis. In hun geval was dat moment de definitieve breuk met het allergrootste deel van de middelen die hen geluk hadden boden. Het einde van een leven waarin geluk werd gevormd door zelfgekozen verbindingen.

Hun verblijf in het verpleeghuis was kort, bedroevend en (vond ik) vreselijk om te zien. Zij waren onthecht, afgesneden van hetgeen hen een leven lang geluk had gegeven. Het enige wat nog restte waren (korte) bezoeken van de mensen die zij liefhadden. Nog een kleine vleug van geluk, maar ook wel wreed omdat elk bezoek er een was met elke keer weer een afscheid van hetgeen wat nog restgeluk gaf. Elke keer weer werd het restant van geluk immers weer afgebroken. Er was geen geborgenheid van het zelf gekozen en ingerichte thuis meer. De liefdevolle en goedbedoelde verzorging van de verzorgenden en de begripvolle houding van de verpleeghuisarts kon dat (in hun geval) niet vervangen. Er zullen zeker mensen zijn die geluk ervaren in het verpleeghuis, maar ik heb dit bij de vier mensen die ik van dichtbij meemaakte niet kunnen ervaren. De onthechting van hun geluk was te grotesk. De amputatie van de middelen tot geluk volledig en permanent. Dit maakt de overplaatsing naar het verpleeghuis wellicht wel wreed. Een goede vriend zei mij: ‘Afgesneden worden doet geen pijn, afgesneden zijn wel’. De aanblik van deze vier medemensen in het verpleeghuis maakte mij intens verdrietig.

Met hun dood was hun lijden door onthechting letterlijk over. Het trieste is echter dat de onthechting van geluk niet op het moment van de dood kwam maar al daarvoor, die kwam al bij opname in het verpleeghuis. De dood was slechts de finale onthechting.

2 thoughts on “Onthechting van geluk

  1. Goede omschrijving van het probleem dat velen ervaren. Als consulent levenseindevraagstukken bij de NVVE hoor ik al te vaak de uitdrukkelijke wens: ‘nooit naar een verpleeghuis’! Je hebt in heldere voorbeelden weergegeven wat precies dat schrikbeeld bevat. Gelukkig geen ongefundeerde kritiek op het personeel, want die doen hun best, met beperkte middelen.
    Overigens is het citaat ‘afgesneden zijn’ afkomstig uit een gedicht van Vasalis. Velen herkennen zich in deze beeldspraak. Dank voor je zinvolle bijdrage.

  2. “vreselijk om te zien” ” aanblik maakte mij verdrietig”. Hoe herkenbaar, voor mij als verpleeghuisarts en ook nog zoon van een vader met dementie. En heel goed invoelend geschreven.

    En toch, ik weet niet precies waarom, maar ik word van dit stuk alleen maar verdrietig. Ik zou geloof ik verwachten dat een ethicus probeert op de wijze van het koor uit de griekse tragedie de moeilijkheden des levens te beschrijven. Juist afstand kan ook troostend zijn. Dit laat onverlet dat ik veel waardering heb voor het werk van Erwin Companje.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s