Tot de laatste reutel

Schermafbeelding 2017-08-09 om 12.39.10

Iedereen gaat dood. Dat is voor niemand een verrassing. Heel veel mensen gaan dood wanneer er geen familie of vrienden bij aanwezig zijn. Soms zijn er wel totaal vreemden bij aanwezig. Mensen vallen bijvoorbeeld dood neer in supermarkten, op straat, tijdens vergaderingen, storten neer van steigers of worden verpletterd onder een voortrazende vrachtwagen. Daar zijn soms collega’s, vakkenvullers, voorbijgangers of EHBO-ers bij aanwezig. Anderen sterven in ziekenhuizen, verpleeghuizen, hospices of bejaardenoorden. Daar zijn soms, maar ook vaak niet, artsen, verplegenden, verzorgenden of andere toevallig aanwezigen bij aanwezig.

Van de meesten horen we dus pas dat zij overleden zijn als het verscheiden al heeft plaatsgevonden. De buurvrouw belde mij op dat mijn moeder was overleden. Ik vond mijn vader dood in zijn bed, uren daarvoor in zijn slaap door de dood verrast. Een neef belde mij dat mijn broer dood was. Vier zeer dierbare vrienden zijn overleden terwijl ik daar niet bij aanwezig was. Ik kan maar één uitzondering melden. Ik was er bij aanwezig toen de laatste rochelende ademhaling het lichaam van mijn schoonvader verliet. Ik hield zijn hand vast en keek naar zijn gezicht. Het bewustzijn had hij al uren daarvoor verloren.

Wel heb ik honderden patiënten dood zien gaan. Dat wel. Meestal waren daar dan ook geen familieleden bij aanwezig, maar collega hulpverleners en ik wel.

Dat komt omdat de dood vaak onverwacht komt, ook al is iemand ernstig ziek. Het werkelijke moment van de dood kunnen we eigenlijk nooit voorspellen. Er zijn in het normale leven twee uitzonderingen. Als iemand aangegeven heeft dood te willen en de arts euthanasie uitvoert of wil helpen bij zelfdoding. En in heel veel gevallen op de intensive care. Op de intensive care overlijdt circa 10-20% van de daar opgenomen patiënten en de meesten sterven op korte termijn als wij de beademing stoppen. Circa 85% sterft dan binnen een half uur, velen zelfs binnen minuten. Wij kunnen de dood dus dirigeren, plannen. Dat is handig als familieleden aanwezig willen zijn bij het doodgaan. Net als bij euthanasie. Iedereen zit klaar, de arts stopt de beademing. Een ieder kijkt naar de patiënt, naar de monitor en wacht op de vlakke lijn op het beeldscherm. De naasten houden de hand vast van de stervenden, leggen hun hand op het hoofd van de stervende, geven afscheidszoenen. Ze zijn erbij als het hart stopt met pompen.

Is dat een meerwaarde? Ik heb daar lang en diep over nagedacht. Had het iets uitgemaakt voor mijn verdriet of herinnering als ik erbij was geweest toen mijn moeder in de badkamer een fatale circulatiestilstand kreeg? Of toen mijn broer insliep onder de weldadige palliatieve roes van de Dormicum? Ik vind van niet. De herinnering die ik aan hen heb, in afwezigheid van de laatste reutel, is herinnering aan het leven van de dierbare. Herinnering aan het stervensmoment voegt voor mij niets toe. Afscheid neem ik uiteindelijk tijdens de uitvaart. Samen met andere dierbaren. Verdriet had ik in de dagen en weken daarna. Aanwezig zijn is vrijwel nooit een meerwaarde voor de meestal bewusteloze stervende.

Artsen en verpleegkundigen op de intensive care vragen echter vrijwel altijd aan de familieleden of er nog familieleden aanwezig moeten komen voordat de beademing gestopt wordt. Soms moeten deze familieleden nog uit verre oorden of zelfs van andere continenten overkomen. De disproportionele behandeling wordt dan nog dagen doorgezet. Soms blijkt dan dat de neef uit New York helemaal niet onderweg is, maar dat de familie marchandeert. Dat ze proberen de onvermijdelijke dood uit te stellen. Ook uniek voor de intensive care.

Een vraag die mij bezighoudt is of we er goed aandoen om de dood zo te dirigeren dat iedereen die wil erbij kan zijn. De laatste krampachtige reutels uit de keel van de dierbare horen komen is veelal geen fijne aanblik. Dat blijft bij velen op het netvlies gebrand. We moeten soms middelen toedienen om het allemaal wat minder ontluisterend te laten verlopen. Het doorbehandelen doet misschien wel extra lijden toevoegen voor de patiënt. Niemand weet dat met zekerheid. De enige reden die ik kan bedenken om als naaste aanwezig te zijn bij het sterven is dat de stervende niet alleen is. Maar het is een schrale troost als je bedenkt dat het grootste deel van de mensen doodgaat zonder dat naasten of alle naasten daarbij aanwezig zijn. Op straat, op de snelweg, bij de supermarkt of in nacht op een verpleegafdeling. En realiseer je dan ook dat dit eigenlijk nooit aanleiding geeft tot pathologische rouw of nare schuldgevoelens. Het verdriet om de dood van een dierbare wordt niet daardoor versterkt. Dat we de dood op de intensive care kunnen dirigeren in de zin dat iedereen erbij moet kunnen zijn lijkt dus eigenlijk geen echte meerwaarde.

Deze column is ook verschenen in Venticare Magazine van Augustus 2017

Een gedachte over “Tot de laatste reutel

  1. Mooie collumn, dank! Mijn vader gaf heel duidelijk aan dat hij geen bezoek meer wilde, hij wilde alleen overlijden. Ik nam de dag ervoor afscheid van hem. Zelf heb ik helemaal geen behoefte aan het eindeloze waken en aan het wachten op de ‘laatste reutel’. Dat eindeloze wachten zorgt er vaak voor dat familie / naasten dood- en doodmoe worden en verlangen naar het einde…

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s